Hoe vaak komt het voor?
Recentelijk verscheen er een kort artikel op de NOS over het misbruik van ADHD-medicatie onder studenten (NOS, 2023). In dit artikel werden de vondsten van een onderzoek van Trimbos besproken waarin zij onderzoek hebben gedaan naar het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie onder universitaire studenten. In 2021 zijn als onderdeel van een intern onderzoek 3626 Nijmeegse studenten bevraagd naar oneigenlijk gebruik van methylfenidaat (één van de meest gebruikelijke ADHD-medicaties). Daaruit bleek dat 1 op de 20 (5.5%) studenten weleens methylfenidaat heeft gebruikt zonder daar een doktersrecept voor te hebben (Trimbos, 2022). Een significant aantal op zichzelf maar dat percentage ligt nog onder het gemiddelde. In een bekende review van Benson, Flory, Humphreys & Lee (2015) over misbruik van ADHD-medicatie zijn dertig studies geanalyseerd en is gevonden dat gemiddeld 17% van de onderzochte studenten oneigenlijk ADHD-medicatie gebruikten.
Vrij hoge getallen terwijl het oneigenlijk gebruik van dit soort medicijnen niet zonder risico’s is. Een korte blik in de bijsluiter maakt direct duidelijk dat veel voorkomende bijwerkingen bestaan uit: hartkloppingen (1 op 10), schommelingen in stemming of persoonlijkheid (1 op 10), gedachtes over zelfmoord (1 op 100), dingen horen of voelen die er niet zijn (1 op 100) en allergische reacties (1 op 100).
Waarom doen studenten dit?
Wat beweegt studenten om deze risico’s te aanvaarden en toch hun heil te zoeken in niet voorgeschreven ADHD-medicatie?
Ponnet et al. (2020) hebben onderzocht hoe de keuze tot het oneigenlijk ADHD-medicatie gebruik tot stand komt en welke factoren hieraan bijdragen. Om dit te onderzoeken hebben ze het volgende hypothese model gemaakt.

Uit de resultaten van deze studie blijkt dat gebruik van stimulerende middelen door studenten om academische prestaties te verbeteren een significante relatie heeft met hun intentie om stimulerende middelen te gebruiken. Anderzijds werd er geen significante relatie gevonden tussen de bereidheid voor het gebruik van medicatie en het daadwerkelijke gedrag. Dit duidt er volgens Ponnet et al. (2020) op dat studenten een weloverwogen beslissing maken om oneigenlijk gebruik te maken van ADHD-medicatie en zo in hun perceptie althans, hun studieprestaties te verbeteren.
Het feit dat studenten ADHD-medicatie oneigenlijk gebruiken kan onder meer het gevolg zijn van de media-aandacht die er is geweest over het onderwerp (Ponnet et al., 2020). Hierin worden dikwijls de voordelen die studenten ervaren door het gebruik opgesomd. Zo ook in het eerder aangehaalde NOS (2023) artikel: ‘’Studenten zonder diagnose gebruiken ADHD-medicatie om wakkerder en meer gefocust te zijn.’’. Als studenten met wat voor reden dan ook kampen met vermoeidheid of een gebrek aan concentratie is het niet moeilijk voor te stellen dat ze bij kennisneming van een dergelijk hulpmiddel op zijn minst interesse tonen.
Een andere opvallende vondst uit deze studie is dat de subjectieve norm onder medestudenten geen invloed lijkt te hebben op het gebruik van niet voorgeschreven ADHD-medicatie. Ponnet et al. (2020) theoretiseren dat dit zo kan zijn omdat studenten zich ervan bewust zijn dat slechts een minderheid van hun vrienden of klasgenoten oneigenlijk ADHD-medicatie gebruikt voor betere studieprestaties.
Tot slot blijkt uit de studie van Ponnet et al. (2020) dat attitude ook een significante voorspeller is voor het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicijnen om de studieprestaties te verbeteren. Interessant genoeg spelen de ouders hierin ook een rol. De attitude van ouders over het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie spelen een significante rol in het feit dat studenten zelf gebruik gaan maken van deze middelen (Ponnet et al ., 2020). In een andere studie van Van Damme et al. (2018) is zelfs gevonden dat in 17.2% procent van de studenten die oneigenlijk gebruik maken van ADHD-medicatie die medicatie van hun ouders krijgt. Studenten die oneigenlijk ADHD-medicatie gebruiken geven vaak aan dat ze door het gebruik langer door kunnen werken, wakkerder zijn of meer focus hebben (NOS, 2023). Maar waarom hebben zij deze perceptie niet in een natuurlijke situatie? Studeren ze daadwerkelijk op de voor hen effectieve manier en in een voor hen effectieve omgeving?
Wat kan er worden gedaan aan dit probleem?
Nu duidelijk is dat het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie risicovol is en hoe het gebruik tot stand komt rest de vraag hoe je hier mee moet omgaan. In het NOS-artikel wordt aangestuurd op meer controles door huisartsen en apothekers. Het probleem hiermee is dat in veel gevallen extra controle niet mogelijk is vanwege de hoge werkdruk voor huisartsenpraktijken.
Wat zou dan wel werken? In mijn visie zal moeten worden gekeken naar het feit waarom de studenten hun prestaties willen bevorderen op een kunstmatige wijze om vervolgens een situatie te creëren voor studenten die het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie overbodig maakt.
Er zijn meerdere natuurlijke manieren om mensen effectiever en productiever te laten studeren/werken. Mas en Moretti (2009) onderzochten bijvoorbeeld de productiviteit van personen die in een groep werkten. Zij vonden dat mensen die in een groep werken productiever zijn als de rest van de groep ook hard aan het werk is. Mensen steken elkaar dus aan met hun productiviteit. Dit effect wordt versterkt als iedereen in de groep verantwoording moet afleggen voor wat hij of zij heeft gedaan tijdens het werken (Mas en Moretti, 2009). In de praktijk kan dit bijvoorbeeld bewerkstelligd worden door een groepsgesprek te houden waarin iedereen verteld wat hij of zij heeft gedaan na afloop van een werksessie.
Naast externe factoren zoals het werken in een groep zijn er uiteraard ook interne factoren die bijdragen aan studiesucces. In een bekende studie van Richardson, Abraham en Bond (2012) is onderzocht welke factoren invloed hebben op het studiesucces van studenten. Een van de belangrijkste factoren vonden zij is zelfeffectiviteit. De mate waarin studenten dus overtuigd waren van hun eigen vaardigheden.
Op basis van deze wetenschappelijke vondsten is het onderwijsinstellingen aan te raden om begeleide werkplekken aan te bieden aan studenten waarin in groepen gewerkt kan worden aan ieders individuele studiedoelen. Daarnaast zouden cursussen die erop gericht zijn om de zelfeffectiviteit van studenten te versterken nuttig kunnen blijken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan interventies op het gebied van studievaardigheden, uitstelgedrag en faalangst. Van belang hierbij is dat dit het meest effectief is om aan te bieden aan het begin van een bachelor (Lent en Brown, 2006). Lent en Brown (2006) vonden dat dit soort interventies het meest effectief blijken als beginnende studenten intensief bezig zijn met het ontwikkelen van hun academische vaardigheden.
Daarnaast zou het verstandig zijn om als onderwijsinstelling openlijk te praten over het oneigenlijke gebruik van ADHD-medicijnen en studenten voor te lichten over de risico’s van het oneigenlijk gebruik alsmede het feit dat die medicijnen überhaupt heel anders werken in het brein van iemand zonder ADHD. Toch bestaat er de mogelijkheid dat iemand die oneigenlijk gebruik maakt van ADHD-medicatie daadwerkelijk gebaat is bij het gebruik hiervan. In dat geval is het de taak aan die persoon om contact op te zoeken met een huisarts en te laten onderzoeken of er wellicht sprake is van ADHD zodat het gebruik van de medicijnen onder toezicht plaatsvindt.
Conclusie
Te veel studenten zonder ADHD-diagnose gebruiken oneigenlijk ADHD-medicatie. Het gebruik van deze middelen is niet zonder risico’s. De fysieke bijwerkingen zijn serieus en er bestaat een kans op geestelijke afhankelijkheid. Het is onwenselijk dat het oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie zo hoog is op universiteiten. Om de oplossing te zoeken bij meer controle door huisartsen en apothekers zal niet effectief blijken. De werkdruk is te hoog om daarbovenop ook nog regelmatige controles uit te kunnen voeren voor ADHD-medicatie. Voor onderwijsaanbieders is wel een rol weggelegd. Door interventies te organiseren ter bevordering van zelfeffectiviteit en het aanbieden van begeleide groepswerkplekken, verklein je de kans dat studenten het nodig achten om oneigenlijk gebruik te maken van ADHD-medicatie. Daarbovenop is het belangrijk om als onderwijsinstelling openlijk in gesprek te gaan met studenten over het hoge oneigenlijke gebruik van ADHD-medicatie. Studenten moeten in di gesprekken voorgelicht worden over de risico’s van oneigenlijk gebruik en bewuster worden gemaakt hoe het komt dat zo veel studenten de behoefte voelen om hier gebruik van te maken.
Referenties
Benson, K., Flory, K., Humphreys, K. L., & Lee, S. S. (2015). Misuse of stimulant medication among college students: a comprehensive review and meta-analysis. Clinical child and family psychology review, 18, 50-76.
Lent, R. W., & Brown, S. D. (2006). On conceptualizing and assessing social cognitive constructs in career research: A measurement guide. Journal of career assessment, 14(1), 12-35.
Mas, A., & Moretti, E. (2009). Peers at work. American Economic Review, 99(1), 112-145.
Ponnet, K., Tholen, R., De Bruyn, S., Wouters, E., Van Ouytsel, J., Walrave, M., & Van Hal, G. (2021). Students’ stimulant use for cognitive enhancement: A deliberate choice rather than an emotional response to a given situation. Drug and alcohol dependence, 218, 108410.
Richardson, M., Abraham, C., & Bond, R. (2012). Psychological correlates of university students’ academic performance: a systematic review and meta-analysis. Psychological bulletin, 138(2), 353.
Van Damme, J., Thienpondt, A., Rosiers, J., De Bruyn, S., Soyez, V., Sisk, M., et al., 2018. Head in the clouds?, Volume 4: A research study on the substance use among Flemish students. Retrieved from http://www.vad.be/assets/in-ho gere-sferen-volume-4-een-onderzoek-naar-het-middelengebruik-bij-vlaamse-studenten
Bijsluiter methylfenidaat
https://www.geneesmiddeleninformatiebank.nl/bijsluiters/h27253.pdf
Interne rapportage “Oneigenlijk methylfenidaat gebruik en samenhang met studietevredenheid en voortgang bij studenten van de Radboud Universiteit – VOORLOPIGE RESULTATEN januari 2022”
(https://nos.nl/artikel/2490592-misbruik-adhd-medicatie-controles-op-patienten-moeten-beter).
